Beginnen met beleggen (2): hoeveel geld heb je nodig?

Je startkapitaal is het bedrag, waarmee je begint te beleggen. Bij de een is dat groter dan bij de ander. Geld heeft voor iedereen een andere waarde. De een stapt voorzichtig in de markt met een tonnetje wat ze nog heeft liggen. De ander (dat was ik vorig jaar) heeft met veel moeite duizend euro bij elkaar gespaard en wil dat nu, net zo voorzichtig beleggen.

In deze les kijken we naar wat een minimaal startkapitaal is, om te beginnen met beleggen op de beurs.

Lees hier de eerste les over beleggen, als je dat nog niet deed.

Iedereen die kan sparen, kan ook beleggen

Vroeger was beleggen vooral weggelegd voor de rijken. Je had minimaal tienduizenden guldens nodig, zodat je (1) een beetje gespreid aankopen kon doen op de beurs en (2) de administratiekosten van het beleggen niet te zwaar drukten op het rendement.

Tegenwoordig geldt dit niet meer. Tegenwoordig is beleggen weggelegd voor vrijwel iedereen.

Waar het op neerkomt: Iedereen die kan sparen, kan ook beleggen.

Dat kan dus al met een startkapitaal van een paar honderd euro en een maandelijkse inleg van 50 euro.

Als het echt moet, kan het zelfs met nog minder.

Wat is er veranderd?

Lage kosten

De kosten van beleggen zijn fors omlaag gegaan. Vroeger moest je je aan- en verkopen doorbellen aan je broker. Dat was toen een mannetje dat op de fysieke beurs stond te schreeuwen en zo jouw order regelde. Dat belletje, dat mannetje en het tijdsverlies kostten allemaal extra geld.

Voor een kleine order van 500 gulden aan aandelen betaalde je wel 100 gulden aan kosten. Dat is gelijk aan 20% verlies. Daarom was het niet rendabel om met lage bedragen te handelen.

Tegenwoordig bestaan er online brokers, zoals DeGiro, Peaks, Lynx, Meesman en Binck. Dat zijn geen dure mannetjes meer, maar computersystemen, waarmee je zelf met een simpele muisklik je aandelen en andere effecten kan verhandelen. Door deze digitalisering hebben brokers hun handelstarieven flink omlaag kunnen doen. Voor een order van 500 euro, betaal je nu misschien 2 euro. Dat is 0,4% verlies. En dat win je zo terug.

Spreiding door ETF’s

Een andere reden waarom het mogelijk is om met lage (maandelijkse) bedragen te handelen, is door de opkomst van ETF’s. Dit zijn Exchange Traded Funds. Deze fondsen moet je zien als pakketjes van tientallen of soms wel honderden aandelen die samen verkocht worden voor de prijs van één aandeel.

Simpel voorgesteld: als er vijftig aandelen in de ETF zitten, dan bezit je na aankoop van één zo’n ETF 1/50 deel van elk aandeel.

Zo kun je dus heel makkelijk je geld spreiden over meerdere bedrijven, sectoren of landen. Ook als je niet zo veel geld hebt. En het spreiden van je geld over meerdere aandelen is belangrijk, want zo spreid je ook het risico.

Je wisselgeld beleggen

Als ook vijftig euro per maand eigenlijk nog een beetje te veel is, dan is er nog een andere oplossing. Er zijn tegenwoordig ook diensten waarbij je ‘je wisselgeld’ kan beleggen. Peaks is daar een voorbeeld van.

Het werkt zo: elke keer als je een bedrag pint, rondt Peaks het bedrag af naar boven en dat verschil wordt geïnvesteerd in een aantal ETF’s.

Voorbeeld: je pint een kopje koffie ergens voor € 2,30. De app van Peaks (die je koppelt aan je bankrekening) ziet dat en zet 70 cent apart om later in de week, samen met een hoop andere centen, automatisch voor je te beleggen.

Ja, dat gaat langzaam. Zeker als je weinig uitgeeft. Maar je belegt wel! Het is een goede manier om een beetje gevoel voor marktbewegingen te krijgen. Later kan je altijd meer inleggen.

Kortom, je hebt helemaal niet veel geld nodig om te beginnen met beleggen. Er zijn genoeg manieren om klein (en dus ook langzaam) te beginnen.

Beginnen met beleggen (2): hoeveel geld heb je nodig?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schuiven naar boven