Mijn dochter is 3 en mijn zoon is 6. Mijn zoon leert op school tellen met euromunten. Sinds begin dit schooljaar krijgt hij elke zondag zakgeld. Daarmee proberen we hem de waarde van geld te leren. Dat lukt. Misschien iets te goed. Elke zondag, als hij zijn euro heeft gehad, gaat hij op zijn kamer zijn geld tellen.

Papa, mama, ik heb 38 euro en twintig cent.

Ik tel het niet eens meer na. Het klopt altijd.

In het begin spaarde hij voor ‘iets uit de speelgoedwinkel’. Toen hij een paar keer van zijn eigen geld iets had gekocht, ging hij sparen. Dat vond zijn vader een verstandige financiële keuze.

Mijn dochter kent het verschil tussen muntjes en ‘briefjes’.

Betering is voor mijn kinderen. De komende vijftien jaar zullen ze naar hun ouders kijken en zoveel mogelijk waarden, ideeën en gedachten kopiëren waarmee ze hun eigen leven gaan vormgeven.

Ik kan mijn zaken dus maar beter goed op orde hebben.

Dit zijn mijn levenslessen over geldzaken – lessen die ze op school niet zullen leren. Over sparen, duurzaamheid, en dat geluk niet samenhangt met het vergaren van zoveel mogelijk geld.

Voor later, als ze er klaar voor zijn.