Eerst had ik geen geld. Toen had ik opeens best veel geld.

Dit gebeurde nog maar een aantal jaar geleden. Ik ging binnen twaalf maanden van niks naar ruim € 4.000 spaargeld. Ik vond dat best veel.

Met stijgende verbazing zat ik naar het bedrag op mijn telefoon te kijken. Hoe was me dat gelukt? Ik was niet meer gaan verdienen. Ik was dus minder gaan uitgegeven. Maar daar had ik toch helemaal niet mijn best voor gedaan?

Het bleek dat ik, zonder er destijds bewust mee bezig te zijn, de eerste en belangrijkste regel van een goed geldplan had toegepast.

De basisregel voor iedereen die rijk wil worden.

En die regel is:

Automatiseer je spaargeld.

Stel je spaarrekening zo in dat je elke maand, zodra je inkomen binnen is, een fiks bedrag stort.

Ik begon met € 400. Dat was ongeveer 20% van mijn bruto inkomen destijds. Dat was ambitieus. Maar ik vertelde mezelf dat het geld niet echt weg was. Het stond alleen maar op mijn spaarrekening. Ik kon het zo weer terugschrijven, als ik het nodig had. De grap is, dat deed ik bijna nooit.

Ik ging juist minder uitgeven, als ik zag dat het saldo van mijn betaalrekening laag stond. Het spaargeld werd elke maand ongezien apart gezet. Daar hoefde ik niks voor te doen.

Nu moest ik juist iets doen als ik het spaargeld wilde terughalen. Die psychologische drempel deed het hem. Die gaf me mijn eerste vermogentje.

Automatisch sparen = automatisch besparen.

Een geldplan had ik toen nog niet. Rijk was ik evenmin. Maar het was een eerste stap.

Het bleek de allerbelangrijkste stap die ik moest zetten.