Wat ik deed toen de spaarrente naar 0,0% procent ging

Penniemaat spaarpot van de Postbank

Twee jaar geleden wist ik niks van beleggen. Niets. Nul. Obligaties? Dividend? AEX? Ik kende de woorden, maar ik had geen idee wat ze betekenden. Toen kreeg ik van mijn bank het bericht dat de spaarrente toch echt richting de 0,0% procent ging.

0,01% om precies te zijn.

Beginnen met beleggen: de spaarrente is laag.
Overzicht van de spaarrentes bij ING op 5 juni 2020

Ik moest opeens denken aan mijn Pennie-spaarrekening bij de Postbank.

Het waren de jaren negentig. Ik was tien jaar oud.

Mijn ouders hadden, zoals zoveel ouders in die tijd, een Pennie-spaarrekening voor me geopend bij de Postbank.

Er is denk ik geen generatiegenoot die zich niet die coole spaarpot herinnert die je daarbij kreeg.

Penniemaat van de Postbank

Elke week liet ik mijn zakgeld door de spaarpot rollen en als ik een bedrag van tien of vijfentwintig gulden had bereikt, bracht ik dat naar de bank. Vervolgens wachtte ik ongeduldig op het afschrift dat zou komen. Daarop stond behalve het bijgeschreven bedrag ook het actuele rentepercentage. Dat was in die tijd tussen de vijf en zes procent.

Voor elke honderd gulden die ik spaarde, kreeg ik jaarlijks zes gulden extra. Zomaar, voor niks, gratis geld.

Geen idee waarom, maar het was geweldig.

Ik stelde mezelf voor hoe ik slapend rijk werd.

Vanaf dat moment was ik een spaarder. De rest van mijn leven zou ik alleen nog maar geld verdienen met geld.

Nooit meer werken! Rentenieren voor het leven!

Ik maakte thuis op mijn rekenmachine ingewikkelde sommen, en verlekkerde me aan de extreme resultaten van het rente-op-rente-effect. Als alles volgens plan zou verlopen, dan had ik rond mijn dertigste een ton op de bank, en was ik rond mijn vijftigste miljonair.

Vooruit, guldenmiljonair, maar toch.

Geloof het of niet, maar dat plan ging het door. Rond mijn dertigste had ik alleen maar schulden en stond ik op het punt om een hypotheek van twee ton af te sluiten.

Maar het wonderlijke effect van rente-op-rente is me altijd bijgebleven.

Het rente-op-rente-effect

Albert Einstein noemde dit niet voor niets het achtste wereldwonder.

Hij rekende het als volgt voor.

Iemand spaart tussen zijn eenentwintigste en dertigste honderd euro per maand, stopt dan, maar laat het geld wel op de rekening staan. Hij zal op zijn zeventigste een groter pensioen hebben dan iemand die hetzelfde bedrag begint te sparen op zijn dertigste en daarmee doorgaat tot zijn zeventigste.

De les: je kan niet vroeg genoeg beginnen.

Voor mij kwam deze les helaas wat laat.

Maar dan nog, het is nooit te laat om te beginnen.

Maar de spaarrente is toch 0,0%?

Klopt. Maar er is een betere oplossing. Beleggen. Een rendement van 6%, waarmee ik in mijn Pennie-periode rekende, is dan niet onrealistisch.

Laten we kijken naar het rendement van de Amerikaanse S&P 500-index. Dat is de (gewogen) gemiddelde koers van de 500 grootste beursgenoteerde bedrijven van Amerika en een van de beste graadmeters van de markt.

Dan zien we dat deze tussen 1981 (mijn geboortejaar) en 2020 een jaarlijks gemiddeld rendement oplevert van 11,347%.

Als we dat corrigeren voor de inflatie in die periode is dat 8,295%.

Als je gaat beleggen kan je losse aandelen kopen van een bedrijf. Amazon.com of Douwe Egberts, wat je ook maar wil. Maar dan ben je wel afhankelijk van de resultaten van één bedrijf.

Het is ook mogelijk om een S&P 500-indextracker te kopen. Dat is één aandeel, waarmee je in een klap investeert in al die 500 bedrijven.

Dus: als je in 1981 eenmalig €16.000 had ingelegd, dan was je nu in 2020 miljonair geweest met €1.058.235,38.

Is €16.000 te veel om in een keer op te hoesten?

Geen probleem. Als je vanaf januari 1981 maandelijks €140 had geïnvesteerd in een S&P500-indexfonds, dan was je nu eveneens ruimschoots miljonair geweest.

Maar de beurs is toch supereng?

Let wel: in de tijd tussen 1981 en nu overleefde de beurs de crash van 1987, de dotcom-bubble van 2001 en de financiële crisis van 2008.

Hoe eng het ook lijkt, dat beleggen, al die grote crises, zijn op de lange tijdlijn uiteindelijk slechts dipjes. En de lange tijdlijn is waar we mee werken. Dus laat je niet afschrikken. Wacht niet. En verkoop nooit, echt nooit, midden in zo’n crisis in een blinde paniek je beleggingen, want dan kan je opnieuw beginnen.

Kijk maar, als je een écht lange tijdlijn neemt, van 1900 tot nu, dan zie je dat al die verschrikkelijke crises slechts dipjes zijn in een duidelijke trend. Hieronder zie je de grafiek van de Dow Jonesindex (de 30 grootste beursgenoteerde bedrijven van Amerika), wat als een goede graadmeter wordt gezien voor de algehele markt.

De Dow Jones-index van 1900 tot 2020. Let op: de verticale schaal is logaritmisch.

De les, nogmaals: je kan niet vroeg genoeg beginnen.

Beter nog: begin vandaag.

Update oktober 2020: Ik ben, op verzoek van enkele vrienden, begonnen met een reeks artikelen over Beginnen met beleggen.

Wat ik deed toen de spaarrente naar 0,0% procent ging

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schuiven naar boven